N;”Het komt goed” door Henk Trimbach

juli 12th, 2011


Het is begin mei als ik haar voor het eerst ontmoet. De zon staat hoog aan de hemel en op ‘de Gaard’ wordt juist het 125-jarig jubileum van L’Union gevierd. De harmonie uit Heythuysen heeft juist haar benefietoptreden afgesloten en de aanwezigen, een groot deel nostalgisch gekleed, zoekt verkoeling onder de parasols. “Zal ik je even aan N en Yvonne voorstellen?”, vraagt Anja Versteeg, onbenoemd kasteelvrouwe van dit paradijselijke stukje Limburg. Zonder mijn antwoord af te wachten baant ze zich een weg door een schare L’Unionisten, om op zoek te gaan naar haar vriendinnen.  Dan mag ik een paar handen schudden. Yvonne blijk ik al te kennen. “Mammaloe toch”, is mijn reactie. Het blijkt te kloppen. “Ja, en hij’, terwijl ze wijst naar haar man, “was Pipo”. Ik schud nog wat handen en als laatste die van N. Ze is niet groot, heeft donker haar, een Limburgs accent en komt op mij wat bescheiden of zelfs verlegen over. Een beeld dat overeen komt met de inhoud van de mails die ik eerder heb ontvangen. Yvonne, N en ik socialiseren wat en bespreken even kort de reden waarom we aan elkaar zijn voorgesteld; het samenstellen van een ‘Goody Bag’ ten behoeve van de pRETTige dag 2011.

De contacten tussen Yvonne, N en mij vinden vooral via de mail plaats. Eerst nog enthousiast maar naarmate er meer en meer afwijzingen volgen op de verzoeken tot sponsoring, wordt de teneur steeds meer mineur. Met name N gaat echter niet bij de pakken neerzitten, hetgeen overigens ook lastig was want, ondanks dat ze haar huis tot ‘pakhuis’ had gebombardeerd, ‘pakken’ hadden we nog niet. Door vooral ook de lokale middenstand te benaderen krijgen Yvonne en N het voor elkaar dat een eerste begin van een ‘Goody Bag’ ontstaat. De gedrevenheid werkt aanstekelijk en als ik N voor de tweede keer ontmoet is dat om een aantal verworven dozen met snoep af te geven. Als ik de beslagen brillenglazen met mijn shirt onbeslagen maak bevind ik me in een gezellige woonkamer die gedeeltelijk is volgestapeld met dozen en zakken. Het is al dik na elf uur maar blijkbaar zijn N, haar man en de buurman, nog druk bezig met de organisatie van de pRETTige dag. De printer zoemt en mijn aanwezigheid wordt vergeten, hetgeen ik afleid uit het feit dat een voor mij onbegrepen taal wordt gesproken. “Ze zijn belangrijk voor je hè?” , is mijn retorische vraag als ik Anja thuis afzet. Een glimlach volgt.

Het is woensdag als ik besluit vrij te nemen en de toezegging van ING tastbaar te maken. “Meneer, klopt dit wel?”, vraagt de jongen die opdracht heeft gekregen om alles bij elkaar te zoeken. “Hier staat dat ik van alles 110 exemplaren moet aanleveren, dus ook 110 dozen met 100 plastic tasjes”. Nu hebben wij een hond en ruimen altijd keurig alles op, maar om dat voortaan met tassen van de ING te doen!. “Ik denk dat 110 tasjes meer dan voldoende is”, stel ik hem gerust. Als N de deur opendoet reageert ze enthousiast op de verworven spullen. Mijn begrip voor deze reactie verdwijnt enigszins als ik met een doos naar binnen loop. De hal is volgestapeld met dozen. “Kijk eens wat een mooie hartjes, allemaal met de hand gemaakt”, roept N, terwijl ze een roze exemplaar aan mij laat zien. In de woonkamer blijkt geen plaats meer te zijn en haar echtgenoot verwijst mij lachend naar de achterkamer. “Jij bent vast blij als je straks weer gewoon op de bank kunt zitten en TV kunt kijken?”, vraag ik hem. Hij grijnst. N laat vol trots aan Anja en mij zien wat er tot dan toe is binnengekomen. Soms gewoon ‘proefdingetjes’ en soms juist handige of lieve dingetjes. Wat het ook is, alles wordt door N met liefde ingepakt, geholpen door velen die voor mij verborgen zijn gebleven. Een goedgevulde en zorgvuldig samengestelde ‘Goody Bag’ is het prachtige tastbare resultaat van de liefde voor elkaar, maar vooral ook de liefde en het respect voor ‘onze meisjes’.

De vooruitzichten blijken waarheid te zijn geworden. Mijn rechterschoen verdwijnt in een plas, waardoor de weerspiegeling van roze ballonen verwordt tot een kleurenspel waarop een een oud LSD-gebruiker nog jaloers zou zijn. In dat kader past ook het beeld van een gelaarsde kat die een paraplu aanreikt.  De rode loper is doordrenkt. ‘De Gaard’ ziet er verregend uit. De reeds aanwezigen zoeken hun heil onder luifels of parasols. De Dutch Tubs staan er verlaten bij. Het zijn slechts regendruppels die even hun rust zoeken in deze poelen van weldaad om vervolgens, in een minder vaste vorm, vermengd met de rook van verbrand hout, de vrijheid weer op te zoeken. Het podium glimt. Mannen met druppels in hun wenkbrauwen en samengeknepen ogen discussiëren, hun handen maken drukke gebaren, over hoe een overkapping te maken voor het podium. Tafels worden verplaatst, mensen schikken in. Handen worden gegeven en kennissen worden gemaakt. De weergoden lijken het thema ‘Samen Zijn’, dwangmatig op te willen leggen. Als de rode loper overgaat in het grindpad en ik mijn weg zoek naar het woonhuis om nog een nagekomen gift af te leveren, kruist N mijn pad. De regen lijkt haar niet te deren. Tussen de donkere pony en de roze bodywarmer is een enorme glimlach zichtbaar. Haar ogen fonkelen. “Het komt goed”, zegt N, terwijl ze haar voeten naast elkaar plaatst en haar armen vrolijk spreidt. “Kom, dan breng ik jullie even naar Anja”, roept ze vervolgens en ze gaat ons voor in de richting van het huis. Het lijkt ineens vrolijker te regenen.

“Och gut, ik dacht;’als ze nou maar komen’, en daar zijn jullie dan, kom, even knuffelen”, roept tante Jo vanachter de hete wafelijzers als ze ons ziet. Ik buk en we omhelzen elkaar. Tante Jo is geen tante van ons. Dat wil zeggen, ik heb wel een tante Jo, maar deze tante Jo is geen familie, of eigenlijk moet ik zeggen; was geen familie. Bij de vorige familiedag was Tante Jo, die zo niet heet maar nu wel, degene die ons welkom heette en ons, mijn vrouw en kinderen, voorzag van koffie, vlaai en wafels. Wat belangrijker was is dat ze ons echt het gevoel gaf welkom te zijn en dat voelde aan alsof je bij een tante op bezoek bent. “Tante Jo’ is niet alleen een begrip geworden maar eigenlijk ook wel een stukje familie.

Na mijn rendez vous met tante Jo vinden we een plaatsje aan tafel bij het oudste aanwezige Rett meisje. “Ze is in de veertig”; vertelt haar tante trots. “Ze weet ook heel goed wat er aan de hand is. Ze kunnen meer dan we denken”, roept ze enthousiast uit. Ria, want daar hebben we het over, bevestigt dat door de aandacht van haar tante te vragen. Naast Ria zit haar moeder. “Ze komt uit Canada”, vertelt de tante als ze mijn vragende blik ziet. Dan volgt een bijzonder verhaal over hoe het was en hoe het is. Ik luister met open mond naar haar. Dan is het tijd voor koffie. Ik bied aan te helpen maar de tante stapt parmantig in de richting van de koffiebar. Ik kijk haar na en besef dat deze tante het echt wel alleen af kan. Als ze terug komt vraag ik haar adres. Dit verhaal mag niet onbeschreven blijven.

Heel langzaam verandert de dag in een pRETTige dag, een dag zoals deze bedoeld was. Optredens van Lone van Roosendaal en van Willeke Alberti, voorafgegaan door een mooie en indrukwekkende openingsceremonie. Ondanks dat de duiven niet deden wat Bartho Braat ze vroeg, namelijk de zon laten schijnen, had hun bijdrage wel een belangrijke symbolische waarde. Bij mijn rondgang langs de verschillende evenementen kwam ik zo nu en dan N weer tegen. We spraken geen woord. Een knipoog en een opgestoken duim was voldoende. Tijd om te praten had ze niet. Steeds was er wel weer iemand die iets wilde vragen. “N, mag ik wat vragen?”. N kijkt de vragensteller lachend aan terwijl ze doorloopt. “Maar natuurlijk, ik was toch op weg om even niets te doen”, grapt ze. De twee lopen verder.

Om een uur of vier wordt het wat stiller op ‘de Gaard’. Een aantal aanwezigen is vertrokken. De Dutch Tubs worden voornamelijk nog gebruikt door de brussen. Een roodharig joch eet, zo laat hij trots zijn broer weten, zijn vierde stuk vlaai. Ik maak van de rust gebruik om foto’s te maken van mijn dochter en Cora, van mijn dochter en Frank en Anita, van mijn dochter en de Gelaarsde Kat, dat overigens de man van Yvonne bleek te zijn, van mijn dochter en boer Marcel en Tante Jo. Ik heb nog even, als een jaloerse neef, naar Marcel gekeken. Hij had Tante Jo volledig ingepakt, of misschien wel omgekeerd. Driftig stond zij in zijn pan met aardappeltjes te roeren en leek geen oog voor haar omgeving te hebben. Als ze mij ziet roept ze;”Wil je ook een bordje?”. Ik heb er drie genomen.

Als ik voor de vijfde keer op start druk om de uitzending van Limburg TV te bekijken realiseer ik me dat N daarop niet is te zien. Wel heel veel andere mensen in roze shirtjes. Mensen die net als N,net als Yvonne,net als Bas, net als Wiljan, net als Huub, net als Willeke, net als Bartho, net als Lone  Anja hebben meegeholpen om van deze dag een geslaagde dag te maken. De laatste beelden van de uitzending laten een vader zien die zijn Rett dochter bij de hand neemt en ondersteunt bij het lopen. De muziek zwakt af en de laatste woorden worden uitgesproken; “Want wie lief heeft, overleeft”.

 

 

Deel dit bericht:
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • PDF
  • RSS

One Response to “N;”Het komt goed” door Henk Trimbach”

  1. lia kerkhof zegt:

    De Rettdag 2011 is prachtig en ontroerend verwoord door deze vader van een Rett meisje, met oog voor wat er allemaal aan vooraf gaat in de maanden ervoor door de vele mensen die allemaal hun steentje hebben bij gedragen om het voor de Rett meisjes en hun families tot een feestdag te maken.
    Lieve groetjes Lia

RSS feed voor reacties op dit bericht. And trackBack URL.